vorm & functie

Een gondel meet 11.03 meter. Ze wordt opgebouwd uit 280 delen hout, afkomstig van 8 verschillende houtsoorten (lariks, iepen, kers, eiken, grenen, mahonie, linde en noten). De roeiriem is 4.20 meter lang, en wordt traditioneel van beuken gemaakt. Tegenwoordig wordt vaak ramin gebruikt.

De forcola van de gondel wordt uit een kwart stam gevormd. Meestal wordt hiervoor het onderste deel van de walnoot boom gebruikt.

De door de eeuwen heen geëvolueerde vorm van de gondel, is niet alleen mooi, maar dient ook verschillende doelen.

Omdat de kanalen in het oude Venetië zo smal waren en meerdere boten elkaar zonder ongemak moesten kunnen passeren, werden de boten in Venetië niet met twee riemen aan weerszijden van de boot, maar met één riem aan stuurboord geroeid. Om te voorkomen dat de 4 meter lange riem langs de muur schraapt, houden in Venetië alle boten links, met uitzondering van de boten op het grote kanaal, waar al het vaarverkeer rechts houdt. Op dit kanaal is dan ook genoeg ruimte. Omdat alle boten van onderen plat zijn en geen kiel hebben, kan de een passerende roeier zonder problemen onder de boot van de tegenligger door roeien.

De achterkant van de boot is verhoogd, zodat de gondelier een beter overzichtheeft. In smalle, ondiepe of kronkelige kanalen is dit erg handig. Bovendien heeft de gondel in verhouding tot haar lengte een vrij klein onderwaterschip. Daarbij komt dat de uiteinden van de boot in de romp verzwaard zijn met massieve stukken hout en dat aan de voorzijde het gewicht van de ferro en aan de achterzijde het gewicht van de gondelier een groot moment geven aan de romp. Dit maakt dat de gondel ondanks de afwezigheid van een kiel, toch behoorlijk koersvast is. De positie van de gondelier ver van het middenpunt (en dus draaipunt) van de boot heeft tot gevolg dat met geringe kracht (denk aan de arm) makkelijk gemanoeuvreerd kan worden.

Omdat de gondel alleen aan stuurboord wordt geroeid, zou ze bij een symmetrische romp de neiging hebben om links om in cirkeltjes te gaan draaien. Nu is deze neiging te compenseren door tijdens het roeien veel weerstand te geven, maar dat kost de gondelier een hoop energie. Daarom is de stuurboord zijde van de gondel korter gemaakt dan de bakboord zijde. Om haar evenwichtspositie in het water te bereiken en te behouden, ligt de gondel dus aan stuurboord dieper in het water. Het onderwaterschip aan stuurboord is daardoor groter, waardoor aan stuurboord meer water verplaatst wordt. Er ontstaat een onderdruk in het water aan stuurboord en om deze te compenseren wil de romp van de gondel naar stuurboord, naar rechts dus. Op deze wijze gaat de gondel uiteindelijk rechtdoor. Om de waterlijn aan stuurboord zijde nog langer te maken en daarmee het onderwaterschip aan deze zijde groter, is de bodem van de gondel nog eens getordeerd. Aan de voorkant is de bodem zó getordeerd dat ze aan stuurboord zijde schuin naar beneden loopt.

Misschien is het u wel eens opgevallen dat een gondelier bij een oneven aantal bezoekers, altijd de meeste bezoekers aan stuurboord van de gondel plaatst. Ook bij een even aantal zullen de meest zware personen aan deze kant geplaatst worden. Na het lezen van deze uitleg zult u begrijpen waarom; de gondel helt nu nog meer over stuurboord zijde waardoor de gondelier nog minder moeite hoeft te doen om haar rechtdoor te laten varen.