de geschiedenis van de gondel   2/4

In de 16e eeuw onderging ook de gondel de invloed van de Renaissance en werd ze steeds meer een statussymbool voor haar eigenaren. Het decoratieve ijzerwerk, de ferro, werd zowel op de voor- als achtersteven toegevoegd en de feltze, een demontabele cabine verscheen hier en daar. De feltze betond deze dagen uit een lap katoen op vier houten palen en was bedoeld om de elitaire passagiers te beschermen tegen zowel de elementen als de nieuwsgierige ogen van het gewone volk. Met het verschijnen van de feltze, ontstond een probleem met betrekking tot de hoogte van de bruggen. Voordat de gondel het voornaamste vervoersmiddel in de lagune werd, gebruikten Venetianen paarden als transportmiddel. Deze paarden staken de kanalen over via platte, houten bruggen. Toen de gondels de taken van de paarden overnamen, moesten de platte bruggen worden vervangen door bruggen met hoge bogen zodat ook de feltze er onderdoor konden.

De trend meer en meer decoraties toe te voegen, bleef groeien totdat de Doge in 1652 een decreet uitvaardigde dat stelde dat vanaf dat momentalle gondels zwart moesten zijn. Op deze wijze werd de glorificatie van rijkdom ontmoedigd. Een belangrijke constructieve verandering die in de 16e eeuw plaatsvond, was de verhoging van de achtersteven zodat de gondel makkelijker manoeuvreerbaar werd en de gondelier door zijn verhoogde standplaats beter zicht had. De forcola werd in die tijd iets meer gebogen en aan de voorkant werd een kleine knobbel gemaakt waarvan de roeiriem steun ondervond tijdens het afremmen.



<<< voorgaande  vervolg >>>